Rondetafelgesprek: De Kracht van Reparatie
circulaire economie
Key learnings: Rebel Café ‘De Kracht van Reparatie’
We gooien spullen eerder weg dan dat we ze laten repareren. Maar waarom eigenlijk? Reparatie kan immers goedkoper zijn dan nieuwkoop en sluit aan bij de transitie naar een circulaire economie.
In aanloop naar de Week van de Circulaire Economie bracht Rebel denkers en doeners uit de sector samen voor een gesprek over de kansen en uitdagingen van reparatie. Dient reparatie vooral maatschappelijke doelen of heeft het serieuze commerciële potentie? Hoe maken we consumenten en ondernemers enthousiast? En helpt wetgeving reparatie vooruit of vormt het vooral een obstakel?
Onder leiding van Bart Budding en Nicolein Blanksma (Rebel Circular Economy) gingen Nico Werkman (Decathlon), Sema Acar (Fietsenbank Rotterdam), Marieke Hillen (Het Wijkpaleis) en Sieds Wijnja (Jafix.com) in gesprek en beantwoordden zij vragen uit het publiek.
Hier zijn de belangrijkste inzichten van ‘De Kracht van Reparatie’, de tweede editie van het Rebel Café:
1. Reparatie dient maatschappelijke doelen, maar heeft ook commerciële potentie
Dat reparatie een grote sociale impact kan hebben, wordt duidelijk bij de Fietsbank, die tweedehands fietsen inzamelt, repareert en uitgeeft aan Rotterdammers met een kleine beurs. Zo krijgen mensen die anders geen fiets zouden hebben, de beschikking over een fiets. En dat maakt dat ze makkelijker aan de samenleving mee kunnen doen. Denk aan naar werk of de sportclub gaan of familie en vrienden bezoeken. Maar de sociale impact van de Fietsbank gaat verder dan fietsen alleen, zei fietsmakelaar Sema Acar tijdens het Rebel Café. De sociale werkplaatsen bieden plaats aan mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, en zijn tegelijkertijd een activiteitencentrum voor dagbesteding en vrijwilligers. De organisatie zoekt dan ook in de eerste plaats samenwerking met maatschappelijke organisaties.
Ook bij het Wijkpaleis in Rotterdam dient reparatie sociale doelen. In het repair café kunnen buurtbewoners hun waardevolle vaardigheden , volop inzetten. Bestuurder Marieke Hillen noemde Khalil uit Syrië, die binnenkwam zonder Nederlands te spreken, maar vanwege zijn kennis van complexe elektrotechniek al snel onmisbaar werd. Hillen: ‘Zo zijn er tig verhalen.’
Reparatieplatform Jafix.com van Sieds Wijnja is juist een commercieel bedrijf. Jafix koppelt consumenten aan reparateurs, biedt ze reparatiehandleidingen en helpt bedrijven met hun reparatiestrategie. Daar mag een verdienmodel achter zitten, vindt Wijnja. Repair cafés zijn geweldig en die moeten blijven, vindt de ondernemer, maar wie reparatie echt wil versnellen zal het commercieel moeten maken. ‘Het is en-en, niet of-of’, aldus Wijnja.
2. Reparatie winstgevend maken is een uitdaging
Bij sportwinkelketen Decathlon zag Repair Leader Nico Werkman hoe de circulaire economie een van de speerpunten binnen het bedrijf werd: ‘Dat was vijf jaar geleden niet denkbaar’.
Toch blijkt het winstgevend maken van reparatie niet eenvoudig. Zo is de toegevoegde waarde niet makkelijk in euro’s uit te drukken en zijn de kosten voor reparatie hoog. Ook een gebrek aan reparateurs met de juiste kennis speelt een rol.
Voor consumenten zijn prijs en snelheid de grootste driver, denkt Wijnja van Jafix. ‘We zijn gewend geraakt dat we elk product binnen 24 uur in huis kunnen hebben. Repareren is een ingewikkeld proces. Dat is volgens mij ook een hele belangrijke drempel waar mensen overheen moeten.’
Jafix.com bevindt zich in de start-upfase en om winst te kunnen maken, is tijd nodig. Ook individuele reparateurs hebben moeite om goed aan het werk te verdienen, ziet Wijnja. ‘Meubelmakers zitten het komende halfjaar vol, maar verdienen te weinig door veel overhead en eindeloos gedoe in het bepalen van de prijs.’
Bij Decathlon lukt het meer en meer om de toegevoegde waarde van reparatie tastbaar te maken. Voor reparatie mag je dan ook een eerlijke prijs betalen, vindt Repair Leader Werkman. ‘Wij ontdekken dat het oké is om te vragen en dat mensen het ook bereid zijn te betalen.’
3. Onder consumenten moet de aandacht en waardering voor reparatie nog groeien
Klanten die naar het repair café van het Wijkpaleis komen, hebben één ding gemeen, merkt bestuurder Marieke Hillen: liefde voor de dingen. Dat is niet zozeer uit materialisme, maar uit zorg voor hun spullen, bijvoorbeeld omdat zij die geërfd hebben. ‘De mogelijkheden om te onderhouden, te repareren zijn een soort gereedschappen die we aangereikt moeten krijgen en die we onszelf weer moeten leren.’
Wie zelf iets repareert, ervaart een geluksgevoel dat vergelijkbaar is met het gevoel dat je krijgt als je iets nieuws koopt, weet Wijnja van Jafix: ‘Je gaat meer van je spullen houden als je ze een keer gerepareerd hebt. Je ontwikkelt een soort band.’
Toch denken consumenten vaak ten onrechte dat reparatie duurder is dan nieuwkoop. ‘Dat is niet gebaseerd op kennis, maar op perceptie’, aldus Wijnja. We bellen eerder een monteur dan zelf iets te repareren en kopen eerder iets nieuws dan het te laten repareren. De aarde betaalt daar de prijs voor: ons overmatig gebruik van grondstoffen is immers niet verwerkt in de aankoopprijs.
Volgens Wijnja van Jafix hebben consumenten vaak langer garantie op hun producten dan ze denken. ‘Ze kunnen terug naar de retailer.’ Kwaliteit is voor consumenten een belangrijke factor, daarover waren de sprekers het eens. Consumenten vragen zich af: wat heb ik straks als ik dit product laat repareren? Hillen van het Wijkpaleis ziet het repair café als een prettiger alternatief voor een groot, anoniem bedrijf dat je producten inneemt en al snel tot de conclusie komt dat iets niet meer te repareren is. ‘Er zit gewoon een mens, iemand die mij helpt verder te komen en daar ook de tijd voor neemt.’
4. Wetgeving kan reparatie bevorderen én belemmeren
De Europese Right to Repair-wetgeving geeft consumenten betere toegang tot reserveonderdelen, stelt ze in staat zelf producten te repareren en geeft ze de vrijheid naar derden te stappen voor reparatie. Wijnja van Jafix noemt het een goed begin, maar twijfelt waartoe fabrikanten toe gedwongen kunnen worden als het om reparatie gaat. Want wat als het bedrijf niet uit kan? ‘We willen allemaal dat onderdelen beter beschikbaar zijn, en betaalbaarder, maar je hebt ook nog zoiets als een vrijemarkteconomie.’
Wat Wijnja betreft gaat de stofkam door de wet, die niet bedacht is op een nieuwe, circulaire economie. De ondernemer ziet graag dat er een ‘reparatiebijdrage’ komt, ter vervanging van de bestaande verwijderingsbijdrage.
Grote bedrijven als Decathlon worden door Brussel actief betrokken bij het vormgeven van nieuwe wetgeving, zoals de EU Circular Economy Act (2026). Werkman: ‘Wij hebben op hoog niveau een plek aan tafel. Wat is haalbaar en wat niet, voor ons als bedrijf?’ De Repair Leader noemt het een win-win: het bedrijfsleven kan bijdragen en weet welke regelgeving eraan komt. De verplichting van nieuwe wetgeving maakt het bovendien makkelijker om budget vrij te maken voor zijn afdeling binnen Decathlon.